HomeOnderwerpenOctrooirecht (patent)

Octrooirecht (patent)


Om uitvinders te beschermen en in staat te stellen geld te verdienen aan hun uitvinding bestaat het octrooirecht. Een synoniem voor octrooi is ‘patent’. Om een octrooi te krijgen moet een octrooiaanvrage worden ingediend bij een overheidsinstantie en moet de uitvinding openbaar gemaakt worden. Als de uitvinding aan de voorwaarden voor octrooiverlening voldoet, krijgt de indiener van de aanvraag een tijdelijk monopolie. De ratio van het octrooirecht is dat uitvinders worden beloond en aangemoedigd door een tijdelijk monopolie te geven in ruil voor het in detail openbaar maken van hun uitvinding. Daardoor kunnen anderen na afloop van dat monopolie profiteren van de uitvinding en er op voortbouwen.
In Nederland is het octrooirecht geregeld in de Rijksoctrooiwet 1995 (ROW). In Nederland bestaat de mogelijkheid om een octrooi aan te vragen bij het NL Octrooicentrum. Dat is een onderdeel van Agentschap NL, dat weer onderdeel is van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Bij een aanvraag bij het NL Octrooicentrum vindt geen volledig onderzoek plaats naar de materiële voorwaarden waaraan een uitvinding moet voldoen om geoctrooieerd te kunnen worden. Het octrooi wordt geregistreerd zodra is vastgesteld dat de aanvrage aan enkele formele vereisten voldoet. Dit octrooi wordt dan ook wel een ‘registratieoctrooi’ genoemd.
Het is ook mogelijk om een octrooiaanvraag in te dienen bij het Europees Octrooibureau (EOB). Het voordeel daarvan is dat één aanvrage voor verschillende Europese landen tegelijk kan worden ingediend. Anders dan bij de aanvraag bij het NL Octrooicentrum, wordt de aanvraag van een Europees octrooi door het EOB wel volledig inhoudelijk beoordeeld . Als de aanvrage naar het oordeel van het EOB aan alle (formele en  materiële) vereisten van het Europees Octrooi Verdrag (EOV) voldoet wordt het Europese octrooi verleend. Het Europese octrooi ‘valt’ op het moment van verlening ‘uiteen’ in een bundel afzonderlijke nationale octrooien in die Europese landen die door de aanvrager in de loop van de verleningsprocedure zijn aangewezen. Als tot de aangewezen landen ook Nederland behoort, dan wordt het voor Nederland geldende octrooi vervolgens beheerst door het Nederlandse octrooirecht, zoals vastgelegd in de ROW. De ROW is inhoudelijk gebaseerd op het EOV. Het EOV is echter geen EU-verdrag. Het is een Europees verdrag dat los staat van de EU en er is geen gemeenschappelijke hoogste Europese rechter voor dat verdrag. In Nederland is de Hoge Raad dus de hoogste rechter in octrooizaken. Binnen afzienbare tijd gaat dit veranderen. Er komt een Europees ‘octrooi met eenheidswerking’ dat in bijna alle landen van de EU zal gelden en er komt een gemeenschappelijk octrooigerecht.
Bron: D.J.G. Visser, Hoofdstukken Intellectuele Eigendom, deLex 2013.