Generatieve AI wordt in het auteursrecht vaak gezien als een externe bedreiging waartegen ‘het TDM-voorbehoud’ moet worden gemaakt. Maar uitgevers willen ook allemaal zo snel mogelijk aan de slag met AI met hun eigen content vanwege de beloofde efficiency en andere voordelen. Dat roept vragen op. Wat mag een uitgever met AI doen met het werk van zijn eigen auteurs? Hoe moeten bestaande auteurscontracten worden uitgelegd met betrekking tot AI-gebruik? Wat is de invloed van het auteurscontractenrecht hierop? Zijn de persoonlijkheidsrechten hierbij nog van belang? Wanneer is aanvullende toestemming
nodig? Wanneer is een aanvullende vergoeding verschuldigd? In deze bijdrage verschenen in Auteursrecht 2025/1 wordt geprobeerd deze vragen te beantwoorden.